Leg de twee mogelijkheden naast elkaar
Zet ‘Een korte aanvullende vraag stellen’ en ‘De tip bewaren als onderzoeksrichting’ als kolommen naast elkaar. Gebruik ‘Fictieve tiptekst en redactionele intakekaart’ om in beide kolommen hetzelfde aspect te beoordelen. Wanneer de ene optie een uitgebreidere opdracht omvat, markeer je eerst dat verschil. Een kortere doorlooptijd, lager bedrag of groter bereik kan anders vooral een verschil in afbakening weerspiegelen.
De afweging achter ‘Een korte aanvullende vraag stellen’ wordt pas duidelijk wanneer je het gevolg bespreekt. De bron kan concreter worden zonder publicatie toe te zeggen. Vraag daarna wat er verandert onder ‘De tip bewaren als onderzoeksrichting’. De redactie kan later verificatie zoeken, maar moet status en gegevensgebruik bewaken. Gebruik dit verschil voor ‘Locatie- en datumvraag’, ook als de keuze nog openblijft.
De twee condities in het werkblad
Gebruik de twee waarden als controle op je vergelijking. Eerste tip komt uit op 1 onderdelen. Bij na aanvullende toelichting staat 3 onderdelen. Het verschil bedraagt 2 onderdelen in opwaartse richting. Bespreek of dit verschil voor nieuwstipper en redacteur zwaar genoeg weegt om de andere mogelijkheid los te laten. De uitkomst van de som en de keuze zelf zijn twee verschillende stappen.
Maak de keuze achter «Vraag waar en wanneer» zichtbaar in twee kolommen. De optie «Een korte aanvullende vraag stellen» en de optie «De tip bewaren als onderzoeksrichting» vragen mogelijk ander bewijs. Houd 1 onderdelen en 3 onderdelen bij hun eigen conditie en leg uit welke van de twee bruikbaar is voor deze vergelijking. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Fictieve tiptekst en redactionele intakekaart. Schrijf de doorslaggevende voorwaarde bij jouw voorkeur. Daarmee kan een collega ook een andere conclusie trekken wanneer die voorwaarde verandert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Werk de vergelijking af met één zin voor het team. Noem de voorkeur, de reden en de voorwaarde die nog moet worden bevestigd. Als ‘Vraag naar de oorspronkelijke bron’ voor die bevestiging nodig is, houd je die taak apart. Zo blijft een voorlopig voordeel herkenbaar als voorlopig.
Houd bron, verslagperiode en eigen duiding afzonderlijk in je aantekeningen. Een correctie moet naar de oorspronkelijke passage terug te voeren zijn. Bij de vraag ‘Vraag waar en wanneer’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over een tip zonder datum of bron. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.



