Scheid de vraag van de stukken
Begin met het materiaal ‘Paragraaf over koopdagcorrectie in de CBS-publicatie’. Schrijf er de herkomst, de beschikbare versie en de datum van de beslissing naast. Als een onderdeel alleen mondeling bekend is, vermeld je wie het kan bevestigen. Zo ontstaat een bruikbaar onderscheid tussen iets dat al in het dossier staat en een verwachting die nog besproken moet worden.
Het werkproduct voor deze stap is ‘Exacte bronlocatie’. Zet daarin één open punt apart. In deze casus is dat ‘Is het verschil een fout of volgt het uit een andere bewerking?’. Schrijf bij het punt wat je nog nodig hebt om erover te beslissen. Een bron, concrete waarneming of aangewezen verantwoordelijke maakt de vervolgstap beter uitvoerbaar dan een algemene afspraak om later opnieuw te kijken.
De twee condities in het werkblad
Met koopdagcorrectie komt uit op 3,5 procent. Bij zonder koopdagcorrectie staat 2,5 procent. Het verschil bedraagt 1 procent in neerwaartse richting. Bij het inventariseren helpt dit paar om te controleren of ‘Paragraaf over koopdagcorrectie in de CBS-publicatie’ wel beide condities beschrijft. Ontbreekt één kant, dan hoort die beperking in ‘Exacte bronlocatie’.
Open voor de inventarisatie een werkregel met als opschrift «Vind de correctiepassage». Registreer bij «Met koopdagcorrectie» de waarde 3,5 procent. Registreer 2,5 procent op een afzonderlijke regel voor «Zonder koopdagcorrectie». Zet naast beide de herkomst, datum en afbakening. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Paragraaf over koopdagcorrectie in de CBS-publicatie. Komt het benodigde gegeven alleen in een gesprek ter sprake, laat de aangewezen gesprekspartner het dan bevestigen voordat je de regel als gecontroleerd markeert. In deze bronanalyse zijn de uitgangswaarden terug te vinden op de gekoppelde bronpagina.
Van uitwerking naar beslissing
Neem ‘Bereken het verschil in procentpunten’ pas op nadat duidelijk is welke informatie daarvoor beschikbaar is. Gebruik je inventaris als overdracht. Zet bij ‘Exacte bronlocatie’ de naam van de verantwoordelijke, de nog ontbrekende bron en het moment waarop je het punt opnieuw beoordeelt.
Houd bron, verslagperiode en eigen duiding afzonderlijk in je aantekeningen. Een correctie moet naar de oorspronkelijke passage terug te voeren zijn. Bij de vraag ‘Vind de correctiepassage’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over kalendercorrectie verandert de kop. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.
Controleer je notitie aan de hand van een praktisch tegenvoorbeeld. Stel dat ‘Paragraaf over koopdagcorrectie in de CBS-publicatie’ later wordt bijgewerkt. Welke uitspraak over vind de correctiepassage zou je dan opnieuw moeten toetsen? Schrijf op wat de wijziging betekent voor dataredacteur en wie daarover bericht moet krijgen. Dat maakt de uitwerking bruikbaar bij een volgende versie van het dossier.




