Bereid het vervolggesprek voor
Neem ‘Fictieve tiptekst en redactionele intakekaart’ mee naar het gesprek en kies vooraf wie de eerste vraag kan beantwoorden. Introduceer het punt met ‘Classificeer de status’. Geef de ander ruimte om de uitgangspunten te corrigeren. Een bijgesteld gegeven hoort zichtbaar in de afspraak, zodat de volgende betrokkene dezelfde versie gebruikt.
Bereid twee mogelijke vervolgen voor. Bij ‘Een korte aanvullende vraag stellen’ is van belang wie het materiaal controleert. Bij ‘De tip bewaren als onderzoeksrichting’ wil je weten wanneer opnieuw overleg nodig is. Neem de onzekerheid ‘Wat is een controleerbaar nieuwsfeit en wat is nog een vermoeden?’ in beide routes mee. Een afspraak over het antwoord is concreter als ook een bron, een eigenaar en een eerstvolgend beslismoment zijn genoemd.
De twee condities in het werkblad
Neem het verschil als concrete gespreksvraag mee. Eerste tip komt uit op 1 onderdelen. Bij na aanvullende toelichting staat 3 onderdelen. Het verschil bedraagt 2 onderdelen in opwaartse richting. Laat de gesprekspartner aanwijzen welk uitgangspunt hij of zij herkent, en welk gegeven eerst verduidelijking nodig heeft. Noteer een correctie als nieuwe informatie, met de naam van het stuk waaruit die blijkt.
Bereid voor «Classificeer de status» één concrete vraag aan de gesprekspartner voor. Onder welke voorwaarde geldt «Eerste tip», en wie kan uitleggen waarom bij «Na aanvullende toelichting» een waarde van 3 onderdelen wordt gebruikt? Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Fictieve tiptekst en redactionele intakekaart. Noteer bij Tip, onderzoek of bevestigd bericht wie het antwoord geeft en wanneer de bevestiging terugkomt. Lees de afspraak terug aan degene die het volgende werkstuk oplevert, zodat het oorspronkelijke voorbeeld en de eigen aantekening uit elkaar blijven. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Lees de afspraak aan het einde hardop terug. Is expliciet wie ‘Benoem de gestelde gebeurtenis’ uitvoert, welke informatie die persoon meekrijgt en wanneer een nieuw gesprek zinvol is? Voeg de afspraak toe aan ‘Tip, onderzoek of bevestigd bericht’ en leg een wijziging vast wanneer de bron of de situatie verandert.
Houd bron, verslagperiode en eigen duiding afzonderlijk in je aantekeningen. Een correctie moet naar de oorspronkelijke passage terug te voeren zijn. Bij de vraag ‘Classificeer de status’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over een tip zonder datum of bron. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.


